Instellingen
GPS-locatie
Geef toestemming voor het gebruik van je geolocatie. GPS-problemen? Ga naar Help voor tips.
Ga eerst naar het startpunt.
Scherm aan houden
Voorkomt dat het scherm uitvalt tijdens de wandeling. Standaard ingeschakeld.
Download wandeling
Slechte verbinding? Download de audio, afbeeldingen en kaart van deze wandeling.
Reset voortgang
Wis geopende verhalen en reset je score.
Welkom!
Deze app heeft GPS nodig om je locatie te tonen en de afstand tot verhalen te berekenen.
GPS-locatie
Geef toestemming voor het gebruik van je geolocatie. GPS-problemen? Ga naar Help voor tips.
Ga eerst naar het startpunt.
Wandel door de spetterende geschiedenis van het Amsterdamse drinkwater.
Ontdek de verhalen
Volg de route en luister naar de bijzondere verhalen die je tegenkomt.
Volg je voortgang
De app houdt je score en verzamelde verhalen bij op de Verhalen-pagina.
Download voor offline
Slechte verbinding? Ga naar de instellingen om alle verhalen te downloaden.
Niet meer tonen
Verberg dit venster de volgende keer.
Verhaal vergrendeld
Bezoek eerst deze plek om het verhaal te openen.
Missie volbracht!
Gefeliciteerd! 🥳 Je hebt de route voltooid. Je bent nu een echte waterkenner van Amsterdam!
Hier bij de Haarlemmerpoort gebeurde iets heel bijzonders op 12 december 1853.
Voor het eerst konden Amsterdammers hier per persoon twee emmers schoon duinwater kopen! Dat was echt een doorbraak, want tot die tijd dronken de meeste Amsterdammers water van veel mindere kwaliteit. Het duinwater was niet alleen veel schoner, maar ook nog eens supergoedkoop: slechts 1 cent per emmer. Daardoor konden veel meer mensen eindelijk schoon water drinken, en dat zorgde ervoor dat de gezondheid in de stad enorm verbeterde. Het duinwater was meteen een doorslaand succes. Er stonden advertenties in de krant en Amsterdammers stonden in de rij om hun emmers te vullen. In het allereerste uur werden al 1.000 emmers water verkocht! En binnen een maand ging het soms wel om 20.000 emmers water per dag. Grappig om te weten: de prijs van duinwater is in anderhalve eeuw bijna niet gestegen. Nu betaal je ongeveer 2 eurocent voor 10 liter kraanwater. En gelukkig hoeven we er niet meer voor in de rij te staan!
Hier sta je bij een openbaar watertappunt. Wist je dat er meer dan 500 van zulke tappunten door heel Amsterdam verspreid liggen?
Ze zorgen ervoor dat zowel Amsterdammers als bezoekers overal in de stad makkelijk aan schoon drinkwater kunnen komen. Deze tappunten werden al snel na de aanleg van de duinwaterleiding in 1853 geïnstalleerd. Ze waren aangesloten op het nieuwe leidingnet vanuit de Amsterdamse Waterleidingduinen. Wist je trouwens dat Amsterdams drinkwater uit twee bronnen komt? Iets meer dan 60 % van het water komt uit het Lekkanaal bij Nieuwegein. Dit water wordt voorgezuiverd en naar de Amsterdamse Waterleidingduinen getransporteerd. Het voorgezuiverde water infiltreert in de duinen en wordt aangevuld met ongeveer 10% aan neerslag, ook wel natuurlijk duinwater genoemd. Na de duinpassage wordt het water op de productielocatie Leiduin verder gezuiverd en stroomt het als drinkwater naar het westelijk deel van de stad. De andere 30% van het water is afkomstig uit de Bethunepolder, een polder ten zuidoosten van Amsterdam. Door de lage ligging van deze polder komt er zeer veel kwel (opborrelend water uit de grond) omhoog. Deze kwel zuiveren we eerst op een natuurlijke manier in de Waterleidingplas. Na zuivering op de locatie Weesperkarspel in Amsterdam-Zuidoost stroomt het drinkwater naar het oostelijk deel van de stad. Zo gebruiken we zowel in West als Oost Amsterdam dus elke dag drinkwater dat een bijzondere reis heeft afgelegd!
In de 16e en 17e eeuw was bier een van de belangrijkste producten in Amsterdam. Omdat het vervuilde en brakke grachtenwater zo vies was, was bier een veiligere keuze om te drinken.
Amsterdammers dronken het dan ook massaal. Dit was trouwens niet het bier dat we nu kennen, maar een slap aftreksel, het zogenaamde scharrebier. Hier aan deze gracht, zaten in die tijd talloze brouwerijen met namen als De Ster, De Eekhoorn, De Rode Haan en het Klaverblad. Vandaar ook de naam: Brouwersgracht! De gracht was een ideale plek voor de aanvoer van graan, hop en turf. En later ook van water uit de Vecht. Voor het maken van goed en smakelijk bier hadden de brouwers schoon water nodig. Het vieze grachtwater was daarvoor absoluut niet geschikt. Daarom haalden ze hun water bij speciale waterverkopers. De brouwers lieten het water per schip aanvoeren vanuit schonere gebieden, zoals de Haarlemmermeer en de Vecht. Dit water was niet alleen onmisbaar voor het brouwen van bier, maar werd ook verkocht aan de Amsterdammers. Zo hadden de bierbrouwers een heel belangrijke rol in de zorg voor schoon drinkwater in de stad.
Hier op de Noordermarkt stond vroeger een publieke waterpomp. Een zuil markeert de plek nog steeds.
Deze pomp was aangesloten op een ondergrondse waterkelder, die werd gevuld met water uit een speciale waterschuit. Deze schuiten brachten vers water vanuit bijvoorbeeld de Vecht of de duinen naar de stad. Het water werd hier ter plekke verkocht aan bewoners die zelf geen toegang hadden tot schoon drinkwater. Een paar meter naast de pomp werd het water vanuit deze schuiten in de ondergrondse waterkelder gepompt. Arme mensen konden dit water vaak niet betalen. Voor hen werd gratis water uitgedeeld door publieke en kerkelijke armeninstituten die gebruik maakten van opgevangen regenwater van de daken van kerken en publieke gebouwen. Op de prent zie je hoe water uit een waterschuit werd overgepompt.
Is het je weleens opgevallen dat onze stad vol ligt met putdeksels?
Je ziet ze in allerlei soorten en maten, meestal van zwaar gietijzer. De grotere deksels geven toegang tot het riool, terwijl de kleinere voor de waterleiding zijn. Let er maar eens op tijdens je wandeling! Er staat van alles op: soms de naam van Waternet, of een van de bedrijven die vroeger voor ons water zorgden. Maar er zijn ook zeldzame putdeksels, bijvoorbeeld die met de tekst “Duin rechts, Vecht links”. Deze deksels zijn een overblijfsel uit de tijd waarin er twee aparte waterleidingsystemen waren in Amsterdam. Het water uit de duinen was schoon genoeg om te drinken, terwijl het water uit de Vecht wel gebruikt mocht worden om bijvoorbeeld de was te doen, maar niet om te drinken. Deze oude putdeksels vertellen dus een verborgen verhaal over de geschiedenis van ons Amsterdamse water. Speciaal voor de verjaardag van Amsterdam is door kunstenaar Alex Fischer een speciale putdeksel ontworpen. Op plekken waar oude putdeksels vervangen moeten worden, wordt deze verjaardagsputdeksel geplaatst. Heb jij er al een gespot?
Let op: de bijzondere “Duin rechts, Vecht links”-putdeksels kun je o.a. vinden op de Lutmastraat, Churchillaan en de Bullebakssluis.
In de 18e en 19e eeuw was het grachtenwater in Amsterdam nog steeds te vies om te drinken. Daarom voeren waterschuiten af en aan met vers water vanuit de Vecht.
Maar als het vroor, kwam dit transport regelmatig in de problemen. De schepen konden niet varen en de prijs van drinkwater schoot omhoog. De kwetsbaarheid van het drinkwatersysteem werd nog meer duidelijk na het beleg door de Pruisen in 1787. Daarom liet het stadsbestuur op 33 plaatsen ondergrondse waterkelders aanleggen. De stad had zelfs speciale waterproevers in dienst, die de smaak van het water keurden. Toen de moderne waterleiding eenmaal was aangelegd, raakten deze kelders in onbruik. In de jaren ‘80 werd bij bouwwerkzaamheden onder Stromarkt 43-47 per toeval een van deze waterkelders herontdekt. Ze zijn nu een stille getuige van de strijd om schoon water in de stad.
Vlakbij de plek waar de rivier de Amstel in het IJ stroomde, werd rond 1270 een dam aangelegd.
Het water ten noorden van die dam kreeg de naam Dam-Rak. Een rak is een breed stuk water zonder bochten. Het water aan de zuidkant van de dam noemden ze “Rak-In” — een oud-Hollandse term voor binnenwater. Dit heet nu nog Rokin. Deze dam was niet alleen het begin van de stad Amsterdam, maar ook een belangrijk punt voor het watersysteem. Het IJ was zoutig (brak) en vervuild, terwijl de Amstel redelijk schoon was en zoet water aanvoerde. De dam was dus niet alleen een verbinding over het water, maar ook een scheiding tussen twee soorten water. Dit had een enorme invloed op hoe de stad zich ontwikkelde en hoe de Amsterdammers aan hun drinkwater kwamen.
Bij de aanleg van de allereerste waterleiding in Amsterdam moesten de ingenieurs een slimme oplossing bedenken.
De grote waterleidingen konden niet zomaar dwars door de grachten worden gelegd, want dan zouden de schepen er niet meer langs kunnen. Daarom werden de leidingen via bruggen over de grachten geleid. Op de afbeelding zie je hoe dat er hier — als je richting Centraal Station kijkt — toen uitzag. De leidingen werden tussen het stenen tongewelf van de brug en het wegdek geplaatst. Omdat de leiding te dik was voor de beschikbare ruimte, werd het water verdeeld over meerdere dunnere leidingen die de brug wél konden passeren. Dit was echt een indrukwekkend staaltje van 19e-eeuwse techniek. Het laat zien hoe knap de ingenieurs omgingen met de uitdagingen van een historische stad als Amsterdam. De buizen moesten bestand zijn tegen vorst, veel druk aankunnen en flexibel zijn — dat waren toen innovaties die hun tijd ver vooruit waren. De gietijzeren leidingen werden zelfs speciaal voor Amsterdam gemaakt in fabrieken in Engeland.
Tot ver in de 19e eeuw was Amsterdam een stad van kleine eilandjes, dicht op elkaar gebouwd en verbonden met smalle bruggen.
De zee had nog stevig vat op de stad en overstromingen lagen altijd op de loer. Om Amsterdam te beschermen, hield het stadswaterkantoor het waterpeil nauwlettend in de gaten. Eerst deden ze dit vanuit een herberg op palen in het IJ, buiten de stadspoorten. Later verhuisden ze naar de Montelbaanstoren. Eeuwenlang werd hier elk half uur met een peilstok — net zoals je tegenwoordig het oliepeil van je auto meet — het waterpeil genoteerd. Deze verzameling van waterpeildata is uniek in de wereld! Hier werd dan ook het officiële waterpeil gemeten: het Normaal Amsterdams Peil, oftewel NAP. Dit NAP wordt nog steeds wereldwijd gebruikt om hoogtes of dieptes te meten. Een echt Amsterdams exportproduct dus. Naast het bijhouden van het waterpeil hadden de mannen van het stadswaterkantoor ook de taak om de kwaliteit van het grachtenwater te onderhouden en de grachten elke nacht door te spoelen door de sluizen te bedienen. Helaas lukte dit tot het einde van de 19e eeuw niet goed. Er dreven korsten van afval op de grachten en er stegen vreselijke stankwolken op. Een anonieme bron omschreef Amsterdam in de 18e eeuw dan ook als “een schone maagd met een stinkende adem.” Gelukkig is dat nu wel anders!
Kijk eens naar het plaatje bij de Waag — dat gebouw heette vroeger de Anthoniuspoort. Zie je dat emmertje hangen?
Dat werd vroeger gebruikt om water te scheppen. Je kon er de wc mee doorspoelen, kleding wassen en de afwas doen, maar niet drinken. Iedereen moest in die tijd zelf voor zijn eigen drinkwater zorgen. Vaak werd er bijvoorbeeld regenwater opgevangen op de daken. Dit water stroomde dan via loden pijpen naar opslagbakken. Maar dat lood zorgde voor een nieuw probleem: het maakte het water giftig! Lood in regenpijpen, leidingen en opslagbakken werd later verboden.
In het jaar 1400 was het grachtenwater in Amsterdam nog van goede kwaliteit. Zo goed zelfs, dat het werd gebruikt als basis voor het maken van bier!
Om goed toezicht te houden op de bierbrouwers — en om ervoor te zorgen dat de stad belastinginkomsten kreeg — mocht het bier maar op één speciale plek in de stad worden gelost: de bierkaai. Die bierkaai lag hier, aan de Oudezijds Voorburgwal, tussen de Oude Kerk en de Pijlsteeg. Alleen speciale bierdragers, die een eed hadden afgelegd, mochten het bier dragen. Dit waren enorm sterke mensen, want ze moesten vaten van wel 160 liter bier tillen! Deze bierdragers stonden bekend als onoverwinnelijk in vechtpartijen. En dat is waar het bekende Nederlandse spreekwoord “Vechten tegen de bierkaai” vandaan komt. Het betekent dat je een gevecht aangaat dat je niet kunt winnen.
In de grond onder Amsterdam zit veel water. Dit grondwater staat zo hoog dat de stad niet direct op de zompige grond gebouwd is, maar grotendeels op palen.
In 1605 is hier de eerste boring op zoek naar drinkwater ter wereld gedaan die wetenschappelijk is beschreven. De boring bereikte een diepte van 66 meter, maar leverde geen drinkbaar resultaat op. Rond 1840 boorde Amsterdam opnieuw een put, op zoek naar zoet grondwater. Deze boring werd gezet bij de Nieuwmarkt, waar u net bent langs gelopen. In Parijs was dit met succes gedaan, en het zorgde daar voor schoon drinkwater. Maar helaas bleek het grondwater in Amsterdam te zout te zijn. Het werd al snel duidelijk: Amsterdam moest zijn drinkwater van buiten de stad blijven halen.
In de 18e en 19e eeuw werd de waterkwaliteit in Amsterdam steeds slechter. Daardoor brak onder andere hier in 1866 een van de vele cholera-epidemieën uit, waarbij duizenden mensen stierven.
Cholera was dodelijk, en mensen die eraan leden werden blauw. Daarom werd het ook wel ‘de blauwe dood’ genoemd. Cholera patiënten werden verzorgd in het Cholera Hospitaal aan de Prinsengracht en hier, waar vroeger het Binnengasthuis stond. Omdat cholera vaak voorkwam in dichtbevolkte gebieden bij fabrieken, dacht men eerst dat het kwam door slechte lucht. Maar rond 1850 ontdekte de Londense dokter John Snow iets anders. Hij zette op een kaart de plekken waar mensen aan cholera leden, en zag dat deze zich concentreerden rondom de Broad Street pomp. Eerst geloofde niemand hem, maar zijn bewijs was overduidelijk. Toen de arm van die pomp in Londen werd verwijderd, nam het aantal zieken direct af. De epidemie van 1866 bewees dat mensen die beschikking hadden over schoon duinwater minder snel ziek werden. En daarom was deze uitbraak de directe aanleiding voor de aanleg van ons moderne drinkwaternet. Een trieste gebeurtenis, die uiteindelijk leidde tot een belangrijke verbetering voor de gezondheid van alle Amsterdammers.
De Amstel was altijd al enorm belangrijk voor het drinkwater van Amsterdam.
Via de rivier stroomde zoet water de stad in, en later werd drinkwater uit de Vecht met schepen via de Amstel naar de hoofdstad gebracht. Maar door de vervuiling van de Amstel en de grachten, werden nieuwe bronnen van schoon water dringend nodig. Er ontstond een flinke discussie! Sommigen wilden regenwater opvangen, anderen wilden diepe grondwaterpompen aanleggen. Weer anderen dachten aan verbindingen met rivieren die nog wel schoon waren, of zelfs zeewater drinkbaar maken. Uiteindelijk won de groep die vond dat Amsterdammers hun drinkwater uit het duingebied ten westen van Haarlem moesten halen. En zo gebeurde het ook! De Amstel is trouwens nog steeds een belangrijke scheidslijn voor drinkwater in Amsterdam. Woon je ten oosten van de Amstel? Dan drink je water dat uit de Bethunepolder bij Maarssen komt. Woon je ten westen van de Amstel? Dan drink je water uit de Amsterdamse Waterleidingduinen. Welk water lekkerder is? Dat is een kwestie van smaak… proef het zelf maar eens!
Kijk eens goed naar dit schilderij van Jacob Cats uit 1783. Je ziet een bevroren Amstel, precies hier aan de Kloveniersburgwal!
Op de voorgrond zie je een ‘legger’ met een pomp. Dit was een drijvende bak waar water uit de Vecht werd bewaard. Bewoners konden dit water kopen. Het water uit de Vecht werd naar de stad aangevoerd met maar liefst 2.200 waterschuiten, die ook water naar de brouwerijen brachten. In de winter bevroor de Amstel vaak, net zoals je op dit schilderij ziet. De waterschuiten konden dan niet meer varen en er ontstond een tekort aan drinkwater. In november 1651 kochten de brouwers gezamenlijk een ijsbreker om tijdens strenge vorst toch de wateraanvoer naar de stad op gang te houden. Er moest zelfs een ijsbreker aan te pas komen om de aanvoer van genoeg water via de Amstel en de Weespertrekvaart met waterschuiten mogelijk te maken. Deze ijsbreker lag in de Amstel, op de plek waar al sinds jaar en dag de uitspanning De Ysbreeker is gevestigd.
Hier, aan de rand van de stad bij de oude Regulierspoort (die we nu kennen als de Munttoren), werd vroeger gecontroleerd of het aangevoerde water wel schoon was.
Speciaal aangestelde waterproevers proefden het water. Maar als je kon aantonen dat je water van ver genoeg buiten de stad kwam — en dus schoon was — hoefde het niet geproefd te worden. Dat kon je bewijzen met een speciaal loodje. Dit loodje kreeg je als je met je waterschuit het huis van Jan Splinter in Abcoude passeerde. Eenmaal hier in Amsterdam leverde je het loodje weer in bij de Regulierspoort. We weten het niet helemaal zeker, maar we denken dat Jan per loodje betaald kreeg. Als het een strenge winter was voeren er geen waterschuiten langs waar hij loodjes aan uit kon delen en had hij waarschijnlijk ook geen inkomsten. Mogelijk is dit de oorsprong van het spreekwoord “En zo komt Jan Splinter door de winter”.
Ben je benieuwd hoe we ons water zo schoon krijgen?
Ruim 70% van het Amsterdamse drinkwater komt uit de Amsterdamse Waterleidingduinen. Die liggen langs de kust, tussen Zandvoort en Noordwijk. We halen water uit de Rijn via het Lekkanaal bij Nieuwegein. Na een eerste schoonmaak pompen we dit water via 40 geulen — samen zo’n 25 kilometer lang — de duinen in. Daar zakt het heel langzaam door het duinzand, dat werkt als een natuurlijk filter. In gemiddeld 3 maanden tijd ondergaat het water een volgende natuurlijke zuiveringsstap. In het zand en op het grind leven bacteriën die schadelijke stoffen uit het water halen. Virussen en bacteriën blijven achter in het zand. Het water dat uit de duinen komt wordt voor de laatste zuiveringsstappen naar de productielocatie Leiduin verpompt. Daar wordt met geavanceerde technieken als ozon en biologische actief koolfilters de laatste restjes verontreinigingen uit het water gehaald. Ook wordt het water onthard, zodat gebruikers thuis veel minder last hebben van kalkaanslag. De Amsterdamse Waterleidingduinen zijn trouwens een prachtig natuurgebied. Iedereen is welkom voor een wandeling, interessante excursies en leuke activiteiten. Kom eens kijken!
Dit prachtige huis op Keizersgracht 560 is een van de huizen waar Jacob van Lennep woonde van 1824 tot 1868.
Hij was een bekende schrijver en rijksadvocaat. Jacob van Lennep bracht veel tijd door op het landgoed Huis te Manpad in Heemstede, dat van zijn familie was. Het verhaal gaat dat op een warme zomerdag in 1845 Henriëtta Roëll de vrouw van Jacob van Lennep hem een glas helder duinwater inschonk. Ze genoten van dit lekkere water. Henriëtta vroeg toen: “Kunnen we dit duinwater niet naar Amsterdam brengen?” Met dat idee ging Jacob direct aan de slag! Van Lennep startte een grote geldinzamelingsactie om een gietijzeren waterleiding van maar liefst 23 kilometer lang aan te leggen, helemaal vanuit de duinen naar Amsterdam. Dit project kostte maar liefst 2,5 miljoen gulden. Maar het lukte, met dank aan Engelse investeerders! Vanaf 1853 konden Amsterdammers bij de Haarlemmerpoort — waar deze podwalk startte — voor slechts 1 cent per emmer duinwater krijgen. Dit duinwater drinken we nu nog steeds, dankzij Jacob van Lennep en zijn vrouw. Het allereerste professionele waterbedrijf van het land was geboren: het heette De Amsterdamsche Duinwater-Maatschappij,en is een voorloper van het huidige drinkwaterbedrijf.
Wist je dat in de kelders van grachtenpanden vroeger vaak regenwaterkelders werden aangelegd?
Deze kelders vingen schoon regenwater op van de daken. Rijke bewoners gebruikten dit water nog lang als hun drinkwater, zo ook in dit huis hier op nummer 368 met een rond gat in de marmeren vloer afgesloten met een ijzeren plaat. Maar niet alleen de rijken vingen hun eigen regenwater op. Uit oude Amsterdamse belastingregisters blijkt dat er naast die grote waterkelders onder de grachtenpanden, ook meer dan 3.000 kleinere, privé-waterputten waren. Hier vingen de armere mensen hun drinkwater in op. Opmerkelijk genoeg moesten ze hier wel belasting over betalen. Zo zie je maar dat schoon water lang niet altijd vanzelfsprekend of gratis was in Amsterdam. Zelfs niet als het uit de lucht kwam.
Stel je voor: in 1540 kwam de machtige Spaanse keizer Karel de Vijfde op bezoek in Amsterdam. Maar wat denk je? Hij brak zijn bezoek al snel af en vluchtte naar Haarlem!
De reden was het vieze drinkwater in de stad en de risico’s voor zijn gezondheid en die van zijn entourage. Hij zei dat het drinkwater in Amsterdam niet deugde en dat dit tot ziekte en zelfs de dood kon leiden. Bijna 300 jaar later herhaalde de geschiedenis zich. In 1811 verbleef Napoleon een paar weken in de stad. Maar al na één dag merkte hij op dat een goede drinkwatervoorziening dringend nodig was. Hij vond dat het drinkwater uit de Vecht moest komen, en dat dit met ijzeren buizen en aquaducten naar Amsterdam gebracht moest worden. Er werd toen wel een speciale commissie opgericht, maar er veranderde helaas niets tot 1853. Zo zie je maar: zelfs machtige keizers en heersers hadden last van het gebrek aan schoon water in Amsterdam.
Om overal in de stad schoon drinkwater te krijgen, ligt de stad vol met een enorm netwerk van leidingen.
De hoofdleidingen zijn grote buizen met een diameter van wel 90 centimeter. Naarmate het systeem zich vertakt, worden de buizen kleiner. De totale lengte van alle waterleidingen in en rond Amsterdam is bij elkaar maar liefst 3.400 kilometer! Dat is een afstand van Amsterdam tot Rome en terug. Stel je eens voor hoe ingenieus dat systeem onder jouw voeten is!
Weet jij hoeveel water jij per dag gebruikt?
Gemiddeld gebruiken we in Amsterdam 141 liter water per dag per persoon. Dat is per jaar ruim 51.000 liter water! Alleen al in Amsterdam en omgeving gebruiken we samen ongeveer 95 miljard liter water per jaar. Om in de toekomst voldoende schoon drinkwater te hebben, moeten we er met z’n allen voor zorgen dat we minder water verspillen en er zuiniger mee omgaan. Elke druppel telt!
Sta eens even stil hier in de Karthuizerstraat en kijk goed om je heen. Zie je die rekken aan de gevels? Vroeger werden hier lakens en kleding te drogen gehangen.
Daarvoor werden ze gewassen in de Singelgracht. Het water hier was minder zout dan het water midden in de stad, en daarom beter om mee te spoelen. Loop je het hofje in, dan zie je de vroegere bleekvelden. Hier werd het linnen uitgespreid in de zon om te bleken. Dat is een natuurlijk proces waarbij vuil en vlekken uit de stof verdwijnen. Ook de watervoorziening was hier heel slim geregeld! Regenwater werd opgevangen op de grote daken van het klooster. Dat water liep naar stenen bakken in de grond. Via pompen kon het water dan weer omhoog worden gehaald. Zo zorgde het hofje voor zijn eigen schone water. En dit schone water werd ook gedeeld met de armen uit de buurt.
Over een belangrijk persoon in de watergeschiedenis hebben we het nog niet gehad: ingenieur Pennink.
Hij was rond 1900 directeur van de Amsterdamse Waterleiding. Hij maakte zich zorgen over de groeiende watervraag door de groeiende bevolking in Amsterdam. De door anderen voorgestelde oplossing was om putten in de duinen te slaan om ook diep grondwater te gaan oppompen. Maar Pennink ontdekte met schaalmodellen dat bij de inzet van putten er zout water uit diepere lagen naar boven zou komen en dat de putten daardoor zouden verzilten. Hij had een veel beter idee. Hij bedacht dat je zoet water uit een rivier in de duinen kunt laten zakken. Dat zoete water duwt dan het zoute water weg, waardoor de duinen geschikt blijven voor het winnen van drinkwater. Dit had nog nooit iemand bedacht! Pennink was zijn tijd ver vooruit. Toen hij de gemeenteraad adviseerde om water uit de Lek te halen en in de Amsterdamse Waterleidingduinen te brengen, vonden ze dat ingewikkeld en te duur. Zijn plan werd afgewezen, Pennink vertrok en de putten die anderen voorstelden werden toch geslagen. Maar later bleken Penninks analyses, voorspellingen en voorstellen toch uit te komen, de putten verzilten en Amsterdam kampte nog steeds met te weinig drinkwater. Vanaf 1957 haalt Waternet het water, precies zoals Pennink het rond 1900 al had bedacht, uit het Lekkanaal om het naar de duinen te pompen. Een ware waterheld dus!
Misschien hoor je het weleens in het nieuws: de beschikbaarheid van schoon drinkwater staat onder druk.
Dat komt door periodes van droogte, vervuiling en steeds meer bebouwing. Door de groei van Amsterdam wordt er steeds meer drinkwater gebruikt. En we drinken lang niet alles op! Thuis kun je makkelijk zelf water besparen. Minder water gebruiken is beter voor het klimaat. En je bespaart ook geld als je minder (warm) water gebruikt. Een paar simpele tips:
- Douche een minuutje korter.
- Gebruik een waterbesparende douchekop.
- Gebruik de kleine knop op het toilet.
- Gebruik voor de wasmachine en de vaatwasmachine de eco-stand en zet ze alleen aan als ze helemaal vol zijn.
Door kleine aanpassingen te doen, help je al enorm mee!
Kijk eens naar de straatnaambordjes? Wat valt je op? Juist, je loopt nu in de Waterwijk.
In 1897 vestigde zich op dit terrein de Gemeentelijke Waterleidingen. Dit bedrijf nam de taken van de Amsterdamsche Duinwater-Maatschappij over. In 1997 werden er huizen gebouwd. Overal in de buurt zie je nog sporen van de bijzondere drinkwatergeschiedenis van deze plek. Het machinegebouw en de watertoren vallen meteen op, maar ook de straatnamen hebben een waterthema. Waterwijk is een duurzame wijk. Er rijden geen auto’s en de buurt is daardoor erg groen. Om de kleine tuintjes en bloemperkjes frisgroen te houden sproeien bewoners de tuin met water uit de regenton. Zo wordt er geen drinkwater verspilt. Met een regenton kun je zelf ook helpen om minder drinkwater te gebruiken. Een kleine slimme stap. Elke gieter helpt.
Deze watertoren, gebouwd in 1967, was de allereerste volledig stalen watertoren in Nederland!
Hij is gebouwd om te zorgen voor voldoende druk in de drinkwaterleidingen, zodat er ook bij bewoners op de hogere verdieping water uit de kraan komt. Tegenwoordig hebben elektrische pompen die taak overgenomen, maar toch is deze opvallende toren nog steeds in gebruik. Het water in de toren dient nu als een belangrijke reserve. Mocht de stroom uitvallen en de elektrische pompen stoppen, dan zorgt de 1280 kubieke meter water in de watertoren ervoor dat de waterdruk nog een paar minuten op peil blijft. Dit geeft Waternet de tijd om de noodpompen op te starten. De twintig meter hoge waterkolom is dus een eerste, snelle drinkwaterreserve voor de stad.
De regio Amsterdam blijft groeien, en daarom zoeken we voortdurend naar nieuwe drinkwaterbronnen.
Zo zorgen we ervoor dat er ook in de toekomst genoeg schoon water is voor iedereen. Eén voorbeeld van een mogelijke nieuwe bron is brak kwelwater uit de Horstermeer, een diepe polder ten zuidoosten van Amsterdam. Dit water is een beetje zout en moet daarom op een andere manier gezuiverd worden dan we nu gewend zijn. In de Horstermeerpolder doen we al een proef met een voor Waternet nieuwe techniek: omgekeerde osmose met membranen. Dit is een zuivering waarmee bijna alle opgeloste stoffen worden tegengehouden en er bijna puur water ontstaat. Dit water is zo puur dat het eerst met ons andere water uit de Bethunepolder moet worden opgemengd vóórdat het drinkbaar is. Met deze techniek kunnen we brak water effectief zuiveren. Dit is een methode die bijna alleen puur water doorlaat, waardoor we brak water heel effectief kunnen zuiveren. Door dit brakke water van 50 tot 150 meter diepte op te pompen en er drinkwater van te maken, helpen we bovendien de natuur! Dit brakke water is namelijk niet goed voor de natuur.
In dit achthoekige huisje stond vroeger een koperen expansievat en werd de druk op de waterleidingen in de stad geregeld.
Omwonenden hebben het gebouwtje opgekocht en omgevormd tot het kleinste hotel van Amsterdam, Hotel de Windketel. Volledig ingericht is het zeer geschikt als tijdelijk appartement voor mensen die een tijdje in Amsterdam verblijven, maar ook voor een aparte huwelijksreis. Een bijzonder klein pareltje is het Windketelhuisje.
Vanaf 1853 werd water uit de Amsterdamse Waterleidingsduinen via een gietijzeren buizenstelsel naar de Haarlemmerpoort gepompt.
Directeur van Hasselt voorzag dat steeds meer mensen water zouden gaan gebruiken. Daarom opende in 1899 een nieuw machinepompgebouw op deze plek. Aan de achterkant bevonden zich vier ondergrondse waterreservoirs met een inhoud van 10 miljoen liter, die werden gevuld met duinwater. Waar je nu kunt dineren was de machinekamer. Daar stonden vier pompen die het water door grote buizen de stad in pompten. Tot 1940 werkten de pompen op stoom, daarna zijn ze vervangen voor dieselmotoren. Het Machinepompgebouw is tot 1996 in gebruik gebleven. Het nieuwe pompstation ligt nu 150 meter verderop aan de Van Slingelandtstraat. Gelukkig zijn veel van die industriële elementen van de indrukwekkende machinekamer bewaard gebleven – de hoge plafonds, een van de dieselmotoren, de gietijzeren details en de enorme ramen. Dit maakt deze plek een heel toepasselijke en sfeervolle afsluiter voor een route over de geschiedenis van drinkwater in Amsterdam. Neem een lekker biertje, of natuurlijk een heerlijk glas duinwater. Proost!